banner18a banner18b

Al Hebbes

"Na de landing in Normandië gingen we naar België, het zuiden van Nederland, Duitsland en toen weer terug naar Nederland. Een van de plekken waar we in Nederland verbleven, was het provinciepaleis. In Leeuwarden werden we ergens in een huis uitgenodigd om wat te drinken. Er is een ansichtkaart van tanks een straat in Leeuwarden. Ik weet nog dat toen de oorlog voorbij was er veel bomen sneuvelden, als brandstof."

 

Jim Parks

"Vooral in Delfzijl hebben we veel gevochten. Ik weet nog hoe ik een keer dekking moest zoeken en bij een ontploffing dwars door een raam ben geblazen, vraag me niet hoe dat ging. We kwamen ook in het noorden, misschien Dokkum, waar een boerenmeisje zei dat er op het eiland aan de overkant soldaten zaten. Een groep van een man of twaalf, die zich zo hebben overgegeven, ze hadden niet eens geweren. Welk eiland weet ik niet, je kon het zo zien liggen."

 

Robie Hancock

"Twee keer ben ik gewond geraakt in Italië, eerst bij een explosie op Sicilië, waar zeven omkwamen en zeventwintig naar het ziekenhuis moesten. De tweede keer kreeg ik granaatscherven in mijn nek bij Monte Cassino. Leeuwarden reden we binnen over de Groningerstraatweg, maar we reden er ook zo weer doorheen. Pas later bleven we er langer, wel een maand. Just peacekeeping. Wat we de hele dag deden? Och, er waren wel meisjes."

 

 

Robert Otterman

"Friesland kwamen we binnen via Heerenveen, we werden vaak opgehouden omdat bruggen waren opgeblazen. We gingen rond Leeuwarden naar Marsum en Harlingen. De Tommies zijn hier!, zeiden ze daar. No, not Tommies, Canadians, zeiden we. Daarna blven we in een schuur in Oosterbierum. Een van ons heeft er bij het schoonmaken van zijn stengun een paar dakpannen vanaf geschoten. Toen naar Leeuwarden voor de bad, voor het eerst in zes weken. In een zwembad waar ze ook douches hadden."

 

Boyd Affleck

"Onze groep reed in tanks Leeuwarden binnen, in 1945. Het was grappig hoe overal achter ons vlaggen tevoorschijn schoten. Later liepen we naar Harlingen, waar we onze eerste beschietingen hadden. Toen het donker was hoorde ik Duitse stemmen uit een kelder. Daar zat een groepje van vijf dronken mannen. Zwe wisten niet eens dat wij in de stad waren. en ik herinner me hoe op het bordes van het stadhuis een stuk of twaalf meisjes werden kaalgeschoren."

 

Okill Stuart

"Sommige dingen blijven je altijd bij, zoals D-Day en de gevechten bij de Schelde. Andere perioden zijn blanco. Fijn van nederland was dat 50 procent van de mensen Engels sprak, in Frankrijk en België was dat niet zo. Na de bevrijding gingen de Amerikanen door naar Duitsland, de Britten terug naar Engeland, en de Canadezen bleven hier op de spullen passen. Wij driën hadden de sigaretten en het goede eten, dat maakte je populair bij de meisjes."

 

Ryerson Picot

"Mijn voornaamste indruk was dadt de mensen hier blij waren dat ze bevrijd waren. In andere gebieden had je soms het gevoel dat je een deel van de invasie was. In Harlingen wachtten we drie, vier maanden op de boot die ons naar Engeland zou brengen. Ik heb daar dansles gehad van een vrouw die me zo vaak tegen de tenen heeft geschopt dat ik een gat in mijn laars had. "Linkervoet, linkervoet, 1,2,3", zei ze." (Picot citeert dat in het Nederlands)

 

Ross Clark

"Ik heb heel veel van Nederland gezien, want ik was motorordonnans, ik bracht berichten rond op mijn motor. Dus ik zag ook veel dingen die anderen van het regiment nooit zagen, het dagelijkse leven van Nederlandsers. Ik was erbij toe onze vliegtuigen gebombardeerd werden, ik werd naar een ziekenhuis in London gebracht. Achteraf een goeie zaak, want daar kwam ik mijn toekomstige vrouw tegen."

 

Gordie Bannerman

"In Leeuwarden zagen we Nederlanders uit prentenboeken. Vrouwen met witte hoofddeksels en zilveren banden naast hun oren. Ze liepen, als ik me goed herinner, in het zwart met witte geborduurde blouses erover. Alle mannen en vrouwen en kinderen droegen klompen. ooit wilde ik een boek schrijven over alles wat ik in de oorlog meemaakte, maar het is een website geworden met 204 verhalen: www.gordiebannerman.com

 

Anton Kulchin

"We waren in Leeuwarden toen de oorlog voorbij was, ons regiment werd in Sneek ingekwartierd. Het was een prachtige zomer, en er was niets voor ons te doen. We bewaakten wat dingen, hadden onze eigen politie, maar verder hadden we alle tijd. Ik huurde soms een zeilboot, dat deden meer mensen. Onze trucks werden overgedragen aan de VN, die gingen niet terug naar Canada. Ik ben nog met een konvooi naar Tsjechoslowakije gereden."

 

Ralph Kearney

"Toen ik in Nederland kwam, werd ik 21. Ik was met de Britten vanuit Italië via België en Nijmegen hierheen gekomen. In de zomer van 1945 zat ik in Harlingen ingekwartierd in een logement. Daar verkende ik dorpjes in de omgeving wat, ik had helemaal geen haaast om naar huis te gaan. Mijn moeder stuurde een telegram in oktober 1945: "Duurt niet lang meer we wachten allemaal koelkast vol - love mom."

 

Paul Wile

"Wij waren in Delfzijl toen de oorlog voorbij was, want we hadden meegewerkt aan de bevrijding van die stad. Daar hebben we een tijd afgewacht of er een schip was dat ons naar Canada zou brengen. Daarna kwam ik in Bolsward terecht, in het huis van Jetze Sluijter, om te wachten tot ik vandaar terug naar Engeland en Canada kon. Daar dood je de tijd dan, eigenlijk. De mensen waren zo vriendelijk en goed voor ons. We kregen een vriendschap die is gebleven."

 

Ted Slaney

"Ik was hier tot de oorlog voorbij was, en ik meldde me als vrijwilliger voor de strijd in de Pacific, dat deden meer mensen. Waarom?" Zijn vrouw: "Misschien wilde hij gewoon snel naar huis." Hij: "Ja, mannen die getrouwd waren konden eerder weg, en vrijwilligers ook. Maar de bommen op Japan maakten daar een eind aan. Ik heb, met Alex Morrison, een boek over de Cape Breton Highlanders geschreven, The breed of manly man."

 

Alyre Gallant

"In de winter van 1944-1945 waren wij heir, gekomen vanaf Normandië. Het was koud, er lag sneeuw, maar in die dagen had ik nog haar. Van Leeuwarden herinner ik me dat de meisjes heel traditioneel gekleed waren, dat was voor ons echt iets nieuws, het was een beetje sprookjesachtig. Later vroegen ze vrijwilligers om tegen Japan te vechten, dat wilde ik wel, maar tijdens mijn verlof was de oorlog voorbij."

 

John Richardson

"Bij Apeldoorn hebben we hard gevochten, weet ik nog. Toen naar Arnhem en Ede. Daar stond het bijna stil, omdat er onderhandelingen waren begonnen met de Duitsers. Friesland, dat weet ik niet meer, we trokken destijds echt overal heen. Waar er maar Duitsers waren gingen wij erachteraan. Het meeste werk was het nog om door de mensenmassa heen te komen. Meisjes die bovenop de tanks klommen - we had a great time."

 

Don White

"Met vier pantserwagens trokken we Leeuwarden binnen, ikzat in een daarvan. Volgens het regimentsboek bleven we een uur, of misschien anderhalf. Daarna gingen wij door naar Franeker, daar kwamen we ook als eersten binnen. Onderweg werden we opgehouden want een brug was opgeblazen, maar de ondergrondse had een nieuwe gebouwd. Ik weet niet hoe zedat zo snel deden, maar hij was stevig genoeg voor ons materieel."

 

Skeeter Stephens

"De diepste indruk heeft het op me gemaakt toen ik een man, een vrouw en een kind dood in een tuin zag liggen. Ik zat buiten te huilen, zo overstuur was ik. Alle doden die ik tot toen gezien had waren soldaten. In Rome had ik een man gezien wiens hoofd er half was afgeschoten, maar dat deed me minder dan dit, dat ze onschuildige vrouwen en kinderen aandeden. Ik zei: als ik nu any of you bastards tegenkom, maak ik je morsdood.

 

Art Boon

"We kwamen Frankrijk binnen op D-day en trokken helemaal hierheen. Na de oorlog waren we in Zwolle en toen gingen we hier naar Sneek, waar we moesten wachten om te worden gerepatrieerd. Ik koos ervoor om te blijven. In Canada had ik al hockey gespeeld en hier kwam ik in het regimentsteam en de Brigade Allstars. Ik weet nog dat eens in Amsterdam speelden voor fondsenwerving. Ik had geen haast, op 20 juni 1946 ging ik pas naar Canada."